Dolfijnen hebben het niet dol-fijn

Dit artikel is verschenen in de Trouw

Op dinsdag 14 juli jl. liet Theo Bakker, schrijver van ‘Vijftig jaar Dolfinarium’, in Trouw blijken dat hij weinig op heeft met research over dolfijnen en de beweegredenen van activisten die wekelijks en maandelijks voor de deur van het Dolfinarium staan. Verder dan drogredeneringen en foutieve argumentatie kwam de auteur in zijn betoog helaas niet.

De heer Bakker heeft “moeite met mensen die zich hun hele leven inzetten voor een doel, om als ze hun verdienste binnen hebben, radicaal om te draaien”. Wellicht dat het deze persoonlijke afkeur is die maakt dat de auteur gemakshalve achterwege laat dat Richard O’Barry, de voormalig trainer van tv-dolfijn Flipper, zich inmiddels al ruim 45 jaar, en daarmee meer dan de helft van zijn leven, inzet voor het welzijn, de bescherming en de vrijheid van dolfijnen. In onze geschiedenis kennen we gelukkig meer van deze voorvechters, die – soms na in eerste instantie zelf onderdeel van het probleem te zijn geweest – inzagen dat wat er gebeurde onjuist was en zich daartegen verzetten. Een samenleving die vooruitgang boekt, mag zich rijk rekenen wanneer mensen hun financiële zekerheid opzij zetten om naar buiten te kunnen treden als klokkenluider.

De auteur heeft duidelijk minder moeite met het disneyficeren van de situatie in het Dolfinarium. De zogenaamde lagune weet de heer Bakker verrassend genoeg te duiden als ‘een grote binnenzee’. Een subtiele, doch onmiskenbare, poging om de lagune in de beeldvorming van de lezer als een enorm leefgebied neer te zetten. Helaas is niets minder waar. Wie de lagune beschouwt voor wat het is, vanuit het referentiekader van dolfijnen, ziet juist een uitermate beperkte leefomgeving. Binnen enkele slagen zijn de dieren aan de andere kant van het bad, of bij de bodem. Een schraal contrast met de natuurlijke leefruimte van hun vrije soortgenoten: een territorium van 125 tot 300 vierkante kilometer. Voor de meer correcte beeldvorming: een gebied waar zelfs héél de gemeente Harderwijk tot wel 6 keer in zou passen.

Elders in het artikel betoogt de auteur hoeveel er is veranderd in de afgelopen 50 jaar. Dat klopt. Het Dolfinarium heeft meer dieren, meer dolfijnen. Relatief gezien is in die 50 jaren de verandering in grootte van het ‘bad’ echter slechts marginaal geweest. De bezoeker wordt voor de gek gehouden met beweringen dat de natuurlijke leefomgeving van dolfijnen in het Dolfinarium is nagebootst. Dit is, zelfs met de beste intenties van de wereld, een illusie, een mirage.

Zelfs in de grootste dolfinaria ter wereld leven dolfijnen in nog geen 0,000001% van hun natuurlijke leefruimte. Hoe groot een bassin ook is, dolfijnen kunnen er nooit lange afstanden zwemmen, nooit diep duiken, nooit hun jachtinstinct volgen. Ze kunnen nooit de sonar, één van hun belangrijkste zintuigen, fatsoenlijk gebruiken. De dieren groeien op in kleine, door mensen kunstmatig samengestelde groepen. Familiebanden die (door kunstmatige inseminatie) ontstaan, worden in dolfinaria regelmatig onnatuurlijk vroeg verbroken door dieren in verschillende bassins te huisvesten of tussen dolfinaria uit te ruilen. Het water in sommige dolfinaria bevat ook wel chloorverbindingen wat geenszins op zeewater lijkt. En in de natuur worden dolfijnen natuurlijk nooit blootgesteld aan schallende muziek en grote groepen klappende mensen die hun aandacht vragen. Kortom, alles druist tegen de natuur in.

De heer Bakker sluit af met de opmerking dat er naar zijn indruk dieren bestaan die ongelukkiger zijn dan de dolfijnen in het Dolfinarium, suggererend dat activisten hun aandacht beter op ander dierenleed kunnen richten. Natuurlijk weten we dat er 500 miljoen dieren in de Nederlandse vee-industrie lijden en na een ellendig leven gedood worden (waar we overigens ook regelmatig aandacht voor vragen). En uiteraard hoeft de heer Bakker ons ook niet uit te legen dat er nog veel meer ander dierenleed bestaat. Laten we bovendien ook het vele mensenleed niet vergeten dat zich op deze wereld nog afspeelt. Met het geld voor een Dolfinarium-kaartje zouden we wellicht zelfs een heel gezin in Afrika kunnen voeden. Dit soort leedconcurrentie duidt echter op het deflecteren van de legitieme argumenten die tegen dolfinaria, en het Dolfinarium, bestaan. Zodra je belangrijkste argumentatielijn zich beperkt tot benoemen dat het elders mogelijk (nog) erger is, zoals de heer Bakker in zijn betoog doet, is het serieus hoog tijd jezelf eens ernstig achter de oren te krabben.

Ing. Alex Romijn – Stichting Bite Back
Marian Eeltink – Stichting Dierbewustleven
Ron Visser – Stichting Stop Dierenleed Nederland
www.dolfinariumvrij.nl